De Bomen van Oud Poelgeest

De Bomen van Oud Poelgeest

‘Wonderlijk dat dit er allemaal nog is’

Mijn jeugd bracht ik door in Oegstgeest, vlak bij het kanaal. Aan de overkant werd Haaswijk gebouwd, waar we speelden op de veldjes. Bij mooi weer wandelden we langs het kanaal naar Oud Poelgeest en de Leidse Hout, of de andere kant op langs het Groene Kerkje naar Katwijk. Als het regende las ik graag op de bank of speelde ik thuis met vriendinnetjes. Soms pakten we stiekem een boek van Wolkers uit de kast, als mijn moeder weg was. Zij kocht ze allemaal. Met rode oortjes lazen we stukken uit Turks Fruit. Terug naar Oegstgeest was minder opwindend, maar het was leuk om daarin te lezen over plekken waar wij ook kwamen. Jan Wolkers is nu al weer tien jaar dood. Zijn biografie is opgetekend door Onno Blom, die daarop gisteren is gepromoveerd. Ter gelegenheid hiervan heeft hij een tentoonstelling in kasteel Oud Poelgeest samengesteld, met werk van Wolkers dat met zijn geboortedorp te maken heeft. Tijdens de opening vertelt Onno over een tulpenboom in het park, die nog door Boerhaave is gezaaid. Wolkers heeft er een loot van geplant naast zijn atelier op Texel. Zijn laatste schilderij is geïnspireerd door de gele herfstbladeren van de boom op het glazen dak van het atelier. Het werk hangt op de tentoonstelling. Bij de opening ontmoet ik Jans weduwe, Karina. We maken een wandeling door het bos. De zon schijnt oranjegeel en de bomen kleuren herfstig. We staan stil bij een boom naast het bruggetje waar Jan graag stilstond. ‘Jan kwam hier graag’, vertelt Karina. ‘Hij nam me hier in 1964 voor het eerst mee naar toe. We kenden elkaar toen één jaar. Jan was dol op de anemoontjes in het voorjaar en de bomen in het park. Bij de ijsbaan staat nog steeds de oude eik die hij in de oorlog heeft getekend. Wonderlijk dat dit er allemaal nog is’. Wolkers had het dikwijls over Poelgeest. Over een eik waaronder hij begraven wilde worden. Dat Oegstgeesters er in de oorlogswinter hout wilden stelen. Hoe hij er schilderde met zijn vrienden, leunend tegen een beuk omdat die een gladde bast had. Karina legt haar hand tegen de boomstam en sluit haar ogen. ‘Ik wil ook nog bij de tulpenboom kijken’, zegt ze. De oude boom is weg, ooit getroffen door de bliksem. Nu groeien er twee stammetjes met prachtig gele bladeren.